Dat wat je ziet als je het plein oploopt is adembenemend: het Stadhuis, het Broodhuis en de Gildenhuizen. Door de vergulde gevels, schitteren de gebouwen je tegemoet. Tijd voor wat meer informatie:
Het plein werd aangelegd in de 12e eeuw op drassige grond. De huidige bestrating ligt ook 1.20 hoger dan het oorspronkelijke plein. Er komen 7 straten op uit, waaronder de Guldenhoofdstraat – naar de kolenmarkt, met als eerste huis het gildehuis van de bakkers, dat na 1695 in barokke stijl herbouwd is.

Toen in de 15e eeuw het Bourgondische Hof naar Brussel kwam, bouwde de magistraat van Brussel aan de Grote Markt het prachtige stadhuis en konden de gilden een eigen gildenhuis krijgen. Ze waren van hout en werden na 1695 herbouwd in steen in barokstijl. Dit weerspiegelde de rijkdom van de gilden. De stijl noem je Vlaams-Italiaans. Met de Franse revolutie werden in 1795 de gilden afgeschaft en de gildenhuizen openbaar verkocht. Beeldhouwwerken werden verwijderd en de boel verpauperde. Vanaf 1850/60 werd de boel door het stadsbestuur weer min of meer opgeknapt en gerestaureerd.
.



Het stadhuis is een gotische gebouw dat op de werelderfgoedlijst staat. Ook dit behoort, net als de kathedraal St. Michiel & St Goedele, tot de Brabantse Gotiek. Het stadhuis speelde een rol bij de riddertoernooien en blijde inkomsten. De Privilegetoren diende als hertogelijke loge. Het stadhuis werd erg beschadigd bij het bombardement van 1695; kunstwerken en archieven gingen verloren. In 1841 werd het gerestaureerd en voorzien van beelden die in nissen aan de gevel werden geplaatst – personen uit de geschiedenis van Brussel. Het stadhuis kan bezichtigd worden.
Het huidige Broodhuis stamt uit de 19e eeuw, maar 600 jaar eerder stond hier al een houten gebouw, waar de bakkers hun broden verkochten. In 1405 werd dat gebouw vervangen door een stenen gebouw. In de 15e eeuw gingen de bakkers de broden deur-aan-deur verkopen en werd het gebouw ingenomen door de Hertog van Brabant. Het werd het centrum van de hertogelijke macht. Toen Maria van Bourgondië in 1477 haar vader Karel de Stoute op moest volgen, kreeg ze te maken met veel ontevredenheid van de burgers. Het huys werd overgelaten aan de stad tot Philips de Schone het terugeiste. En zo kwam het uiteindelijk in het bezit van zijn zoon Keizer Karel V.
Het gebouw was vervallen en werd met de grond gelijkgemaakt. Karel gaf opdracht om het opnieuw te bouwen in een flamboyante gotische stijl. Nabijgelegen gebouwen werden onteigend, waardoor het gebouw groter werd. In 1625 liet Isabella van Spanje de gevel verfraaien. Na het bombardement van 1695 was er weer een uitgebreide renovatie nodig. En in 1767 werd het opnieuw gerestaureerd. Graven van Egmont en Horne brachten hier hun laatste nacht door, voordat zij de volgende dag op het schavot op de Grote Markt hun hoofd verloren. Er werden bals ingericht en vorsten ingehuldigd. Tijdens de Brabantse omwenteling vuurden de Oostenrijkers vanaf het Broodhuis hun kanon af op de Verenigde Belgische Staten. Het werd zelfs gebruikt als opslagruimte voor paardenvoer voor de Britse ruiterij, na de slag bij Waterloo.
Tegen het einde van de jaren 60 van de 19e eeuw werd het gebouw gesloopt en heropgebouwd in neogotiek. Het moest een waarheidsgetrouwe kopie worden van het 16e– eeuws gebouw. Het is een van de best geslaagde voorbeelden van neogotische bouwstijl. Het doet nu dienst als museum.

Volgende pagina: Manneke Pis & omgeving