De bovenstad en de benedenstad waren vroeger aparte steden, gescheiden door een (stads)muur. Ook in de benedenstad is genoeg te zien.
Gildehuizen
Tallinn was een Hanzestad. Hanzesteden zijn lid van een Hanzeverbond en vormen zo een samenwerkingsverband van kooplieden (https://nl.wikipedia.org/wiki/Hanzestad)
In de benedenstad staan nog tal van gildenhuizen. In zo’n Gildehuis was het bestuur van het gilde gevestigd en vonden de ledenvergaderingen plaats. De belangrijkste waren de Grote Gildehal, waarin nu een historisch museum gevestig is, en het Zwarthoofdenhuis – hoofdkantoor van het Broederschap van de Zwarthoofden. Dit was een gemeenschap van schepenbouwers, handelaren en vreemden (https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwarthoofdenhuis_(Tallinn)). Het is vooral te herkennen aan zijn prachtige deur.


Katharina Käik
De Katharina passage is een middeleeuwse steeg in het oude centrum van Tallinn. De straat is vernoemd naar het Dominicaanse Katharinaklooster dat langs deze straat loopt. Door de afgebrokkelde muren en de kinderkoppen, waan je je hier inderdaad in de middeleeuwen. Er zijn allerlei winkeltjes, die voornamelijk te maken hebben met oude ambachten en nog steeds deel uitmaken van het gilde. Het is de moeite waard om hier prachtige foto’s te maken en de sfeer op je in te laten werken.






Stadhuis van Tallinn
Het stadhuis is een van de belangrijkste cultuurmonumenten. Het wordt voornamelijk gebruikt voor ceremonies en recepties. Ook worden hier concerten gehouden. Wanneer dit allemaal niet gebeurt, kan je het stadhuis bezoeken als museum. Het stadhuis is opgetrokken in gotiek, heeft daar waar het dak begint kantelen en in de buitenmuur twee waterspuwers in de vorm van een drakenkop, met daaronder een zuil met een nekijzer, waaraan sinds 1798 boeven werden vastgemaakt. De spits, die stamt uit 1627, werd er in 1944 door de Sovjets afgeschoten en erin 1952 weer opgezet. Op de torenspits als windwijzer “Der alte Thomas”, de stadswacht van de stad en vaandeldrager. De historische wandtapijten die op de 1e verdieping hangen, stammen uit 1548 en werden geïmporteerd uit Vlaanderen. De stoelen van de raadslieden die in de raadszaal staan, zijn versierd met prachtig houtsnijwerk. Het museumgedeelte is in de kelder en op de begane grond. Voor het museum bevindt zich het Raadhuisplein. De plaats waar het allemaal gebeurde: in de middeleeuwen werden hier de markten en toernooien gehouden en Gildefeesten georganiseerd. Ooit werd hier een pastoor terecht gesteld. Dit omdat hij een barmeid vermoord zou hebben, die geklaagd had over een omelet. Hij werd opgehangen. De plek werd aangegeven met een kruis van grote keien. Twee keien liggen er nog; voor de apotheek. Ook ligt er een grote ronde kei, die het middelpunt van de stad aangeeft. Vandaar kunt je alle vijf de torenspitsen van de stad zien.
De markt vindt hier nog steeds plaats. Daarnaast zitten in de historische panden allerlei lekkere restaurantjes.






Heilige geestkerk

Deze kerk is gebouwd rond 1300 op de plek waar eerst een kapel stond. Die kapel hoorde oorspronkelijk bij het armen- en pesthuis. Deze kerk is de kleinste van alle middeleeuwse kerken van Tallinn. De toren van de kerk is er pas in de 17e eeuw aan toegevoegd. In 2002 was er brand, werd hij vernietigd en moest hij weer worden herbouwd. De oudste kerkklok van de stad hangt hier. Het was een katholieke kerk en ook deze kerk is tijdens de beeldenstorm geplunderd (1524) en de kunstschatten geroofd. Gelukkig zijn die later teruggevonden. Toen Estland in 1525 overging op het lutheranisme, werd de kerk luthers. Het altaar is van de hand van Bernt Notke en de oudste in de stad.
St. Olafkerk
Dit is de grootste middeleeuwse kerk van de stad. De top die ruim 123 meter hoog is, is een mooi ijkpunt en overal te zien. De kerk is vaak verwoest en weer opgebouwd. Het interieur en de torenspits zijn na de brand van 1820 in neogotische stijl herbouwd. De kerk wordt gebruik door de baptistengemeente (https://nl.wikipedia.org/wiki/Baptisme)



Sint Nicolaas kerk
Ook deze kerk was eerst katholiek en is pas later luthers geworden De kerk is rond 1250 gebouwd en werd gewijd aan St. Nicolaas van Myra, beschermheilige van kooplieden, zeelui en vissers; onze eigen Sinterklaas dus. In eerste instantie had de kerk ook een verdedigende functie, omdat er nog geen stadsmuren en torens waren. Nadat die stadsmuren gebouwd waren, werd de kerk een gewone parochiekerk. Het is een gotisch kerk (vanaf de 14e eeuw) en de torenspits, die 105 m hoog is stamt uit de 17e eeuw en is barok. Alleen de toren van de St. Olafkerk is hoger (ruim 123 m). Tijdens de beeldenstorm werd deze kerk niet geplunderd. Dit vanwege het feit dat het kerkbestuur de sleutels overhandigde aan de beeldenstormers. Ze hadden voor die tijd lood in de sleutelgaten gegoten, dus de plunderaars konden er niets mee. Ook deze kerk werd luthers toen het protestantisme in Estland werd ingevoerd. Tijdens de bombardementen door de Sovjetluchtmacht op 9 maart 1944 werd de kerk bijna met de grond gelijk gemaakt. Gelukkig konden de kunstschatten voor die tijd gered worden. Tussen 1953 en 1984 werd de kerk herbouwd. De kerk heeft religieuze kunst en is een dependance van het kunstmuseum van Estland. Daarnaast heeft het een fantastische akoestiek en doet het dienst als concerthal. Het belangrijkste stuk is “De Dodendans van Bernt Nodke (https://nl.wikipedia.org/wiki/Dodendans_(kunst) Andere kunstwerken zijn:

- Het hoogaltaar
- Het Maria-altaar
- Het altaar van de Heilige Familie
- Het altaar van het lijden van Christus
- Pronkstukken van de Gilden

volgende pagina: Kadriorg